Glitter en glamour van Azië naar Amsterdam

Femke Diercks, conservator keramiek in het Rijksmuseum, over de pracht en praal uit de Gouden Eeuw.

Maar zoals in de meeste musea het geval is, mag je ook in het Rijksmuseum nergens aankomen. Stiekem best wel jammer omdat je jezelf bijna niet kan bedwingen die mooie met hout ingelegde kasten en prachtige stoffen even aan te raken, even door je vingers te laten gaan. Wie is nou de persoon die al die objecten wel echt in haar – in handschoenen gestoken – handen heeft gehad? In dit geval is dat Femke Diercks, sinds 2009 conservator keramiek in het Rijksmuseum en curator van de tentoonstelling Azië-Amsterdam. Voor nachtbrakers mocht ik haar een aantal vragen stellen over haar pareltje; de tentoonstelling.

Welk verhaal wilde jullie met de tentoonstelling Azië-Amsterdam vertellen? “We wilden in de museumzalen de fascinatie van de zeventiende-eeuwse Nederlander voor die spullen tonen. Van lakwerk of porselein had men bijvoorbeeld geen idee hoe het gemaakt werd. Dat is vandaag de dag moeilijk voor te stellen, dat je een object in handen hebt waarvan je niet weet hoe het gemaakt is. De interesse van de Nederlanders voor de producten en hun vervaardiging hebben we via de tentoonstelling geprobeerd over te brengen op het publiek van vandaag. Om ze op die manier een klein beetje dat wauw gevoel te geven dat die Nederlanders in de zeventiende eeuw gehad moeten hebben. Er was een grote variëteit aan objecten, van porselein tot zijde tot lakwerk. We wilden laten zien hoe al die verschillenden objecten in Nederland als het ware landden en hoe kunstenaars en ambachtsmannen daar weer op reageerden.”
Hoe reageerden ze daar volgens jou op? “Deze kunstenaars en ambachtslieden wisten veel van materialen af, maar voor hen bleef het productieproces van de geïmporteerde producten een raadsel. Hun fascinatie is bijvoorbeeld te zien in het feit dat schilders in hun schilderijen porselein begonnen af te beelden en hoe binnen de kunstnijverheid het Delfts aardewerk begint als imitatie van Chinees porselein en Japans lakwerk werd gebruikt in Hollandse kabinetten. En die zeventiende-eeuwse verzamelaars zochten telkens naar de meest mooie objecten. Dat hebben wij in deze tentoonstelling ook mogen doen, steeds de objecten bijeenzoeken met de allerhoogste kwaliteit.”
Hoe was het voor jou om mee te werken aan zo’n tentoonstelling? “Dit was mijn eerste grote tentoonstelling, en dat maakt het heel bijzonder. Het inrichten van de zalen was als een soort pakjesavond, al die geweldige objecten die er dan eindelijk zijn. Maar het is ook heel gek dat je iets maakt dat er over een tijd niet meer zal zijn. Het bijzondere aan het maken van zo’n tentoonstelling is dat je al die objecten in een heel andere context mag samen brengen. Bijvoorbeeld de schilderijen die normaalgesproken op de eregalerij hangen, en daar het verhaal van de schilderkunst van de Gouden Eeuw vertellen, vertellen tijdens de tentoonstelling een heel ander verhaal; dat van de in de zeventiende eeuw geïmporteerde producten die in de schilderkunst terug te zien zijn. De expositie is een manier om even als die objecten in een andere kader samen te brengen, daarna gaan ze allemaal weer terug naar huis en krijgen ze daar weer een nieuwe context.”
Femke Diercks omschrijft het inrichten van de tentoonstelling als een pakjesavond. En hoewel je als bezoekers helaas geen prachtige objecten van hun kisten mag ontdoen, is het zeker de moeite waard in de koude wintermaanden eens het Rijks binnen te lopen. En wie weet doe jij nog wel wat inspiratie op voor je cadeautjes onder de kerstboom.
(dit artikel verscheen oorspronkelijk op www.nachtbrakers.nl)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *