Who is afraid of € ?

Kunst is een plaag
Exact vijftig jaar geleden maakte Barnett Newman een serie schilderijen met de titel Who is afraid of red, yellow and blue. Een van de doeken werd door het Stedelijk Museum aangekocht en in 1986 op zijn ereplaats in het museum onherstelbaar bewerkt met een stanleymes. De vernieler, Gerard Jan van Bladeren, verklaarde later dat hij abstracte kunst zag als ‘een plaag’. De Amerikaanse restaurator Daniel Goldreyer zou het werk weer naar zijn oorspronkelijke staat terugbrengen. De restauratie van het schilderij, die meer geld had gekost dan de aanschaf, werd na terugkomst sterk bekritiseerd. Het doek zou niet gerestaureerd zijn door de twee miljoen stipje die Goldreyer handmatig zou hebben aangebracht maar geheel zijn overgeschilderd met een roller gedoopt in een goedkope huisverf. Er volgde een ingewikkeld juridisch traject dat tot op de dag van vandaag nog niet is opgelost.

Op 21 maart gaf kunstenares Barbara Visser in de Balie een lezing over dit inmiddels wereldberoemde schilderij. Halverwege de avond zegt Visser: “Natuurlijk, geld is te banaal om het over te hebben, en daar hebben kunstenaars het ook nooit over.” Ik zit spontaan op het puntje van mijn stoel want ook al is het een non-issue in de kunstwereld, de kwestie ‘geld’ is onvermijdelijk en stiekem ook razend interessant.

All about the money
Ieder museum verzekert zijn collectie, maar hoe verzeker je iets dat geen materiële waarde heeft? Verzekeringen worden namelijk over het algemeen vastgesteld op basis van de materiële waarde van objecten. De optelsom van een doek en verf is echter niet snel enkele miljoenen waard. Daarnaast wordt een schilderij door een museum over het algemeen maar één keer aangekocht zonder bedoelingen om het later weer te verkopen; marktwaarde zou in principe geen rol moeten spelen. Een museum dient hier dan idealiter ook niet teveel mee bezig te zijn. Het bizarre aan de relatie tussen geld en kunst is echter dat musea zich wel met financiële waarde bezig moeten houden in verband met de verzekeringen. Hierin is Who is afraid of red, yellow and blue III ook een uitzonderlijk geval. Waar het Stedelijk bij de aankoop van Newmans werk in 1969, een ruime drie ton neertelde, werd het doek in 1991 voor het astronomische bedrag van tien miljoen gulden verzekerd. Hoe wordt dat prijskaartje na een aantal jaar dan toch vastgesteld? Marcel Schreuder, kunstverzekeraar en aanwezig op deze avond in de Balie, stelt dat materiële waarde hier bijna niet te meten is en de meeste verzekeraars daarom tot een vaste afgesproken prijs komen waar de beide partijen zich aan dienen te houden.

Welke waarde? 
Na de lezing, onderweg naar huis, bedacht ik me nog iets anders. Hoewel het financieel verzekeren van schilderijen behoort tot het takenpakket van ieder museum gaat het hier ook om andere waarden dan alleen de materiële, namelijk: maatschappelijke en emotionele waarden. Zo zou de tweede ‘vernieling’ van het doek (door de restaurator) ook de emotionele waarde van het schilderij als sneeuw voor de zon hebben laten verdwijnen. Elke handeling bij een restauratie verandert iets aan het object. En als het doek helemaal wordt overgeschilderd is er niets meer van het oorspronkelijke schilderij over. Critici stelde dat door de ‘restauratie’ de kleurnuance uit het doek waren verdwenen en daarmee de authenticiteit van het werk. Tot overmaat van ramp is ook de maatschappelijk waarde van het schilderij verloren gegaan, je zou namelijk kunnen stellen dat deze maatschappelijke waarde verhoogd is door de vele discussies die rond het werk zijn ontstaan. Echter heeft de juridische strijd tussen het Stedelijk en de restaurator in kwestie er voor gezorgd dat het doek nu gevangen is tussen de muren van het depot. Het is niet meer te bekijken op zaal en ook niet meer te onderzoeken. Daarnaast heeft het Stedelijk een juridisch verbod om zich negatief uit te laten over de restauratie van het schilderij. So much voor een maatschappelijke discussie omtrent het werk dus.

Waardeloos rood doek
‘Waarden’ is een relatief en moeilijk grijpbaar begrip, er bestaan vele verschillende vormen waaronder de eerder genoemde vormen: handelswaarde, emotionele waarde en maatschappelijke waarde. Ieder kunstwerk bezit altijd wel meerdere vormen van waarden. Dat betekent echter dat een betreffend werk ook verschillende vormen kan verliezen. Hiervan is dit schilderij van Barnett Newman misschien wel het meest dramatische voorbeeld. Door de vernieling en ‘restauratie’ is het werk ontnomen van drie verschillende vormen van waarden. Het enige wat overblijft is een rood geschilderd doek in het depot van het Stedelijk dat voor een astronomisch bedrag verzekerd is en wordt onttrokken voor de ogen van het publiek.

(dit artikel verscheen oorspronkelijk op www.nachtbrakers.nl)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *