Tussen grafische vormgeving en architectuur – Twee affiches van Berlage

Parijs: de hoofdstad van de afficheproductie In de late negentiende eeuw was Parijs zonder twijfel de hoofdstad van de artistieke afficheproductie. Werk van kunstenaars zoals Henri de Toulouse-Lautrec (1864-1901), Pierre Bonnard (1867-1947) en talloze anderen kleurde de Franse gevels.[1] L’affiche artistiquewordt vandaag de dag beschouwd als het begin van de grafische vormgeving. De term ‘grafische vormgeving’ werd pas in de jaren twintig van de vorige eeuw geïntroduceerd, toen de productie van kranten en tijdschriften steeds groter werd.[2]

Afb. 1. (links) Hendrik Petrus Berlage, Noordhollandsche Tramwegmy, 1894, lithografie, 108,5 x 61,0 cm, Stedelijk Museum Amsterdam, Amsterdam (foto auteur). 
Afb. 2. (rechts) Hendrik Petrus Berlage, New Short Route Harwich – Hoek van Holland, 1893, lithografie op papier, 101 x 64,5 cm, Stedelijk Museum Amsterdam, Amsterdam (foto auteur). 

Het Nederlandse artistieke affiche kende in verhouding tot andere Europese landen een trage start. In de late negentiende eeuw waren Nederlandse affiches nog enkel gericht op het verstrekken van zoveel mogelijk informatie aan de voorbijganger. Over het effect dat het ontwerp an sich zou kunnen hebben – door de aantrekkingskracht van een beeld of het gebruik van specifieke typografie – werd nog niet bewust nagedacht.[3] Mogelijk zijn de verschillen in stadsplanning een verklaring. De historische stadscentra in Nederland misten de lange en brede boulevards die aangelegd werden in grote Europese steden zoals Parijs en Wenen. Deze stedelijke modernisering leidde tot ontwerpen voor affiches die sterker de aandacht trokken in de nieuwe, brede straten.[4]

Een Nederlandse vormgever die het belang en de kracht van het artistieke affiche al in een vroeg stadium herkende, was de architect Hendrik Petrus Berlage (1856-1934). In 1893 en 1895, toen hij net een aantal jaar als zelfstandig architect aan het werk was, ontwierp hij affiches voor twee nieuwe spoorverbindingen (afb. 1 en 2).[5] Deze twee ontwerpen vormen een interessante casus om te onderzoeken of Berlages uitgesproken esthetische ideeën, die zo duidelijk naar voren komen in zijn architectuur en theoretische werken, ook al in deze affiches herkenbaar zijn. 

Structuur en decoratie
Hoewel grafische vormgeving niet centraal stond in Berlage’s loopbaan, heeft de architect een aanzienlijke hoeveelheid drukwerk gemaakt. In zijn latere carrière waren dat voornamelijk ontwerpen gerelateerd aan boeken, zoals omslagen en illustraties. Voor de feestelijke opening van de nieuwe tramroute tussen Purmerend en Alkmaar op 16 juli 1895 ontwierp Berlage in opdracht van de Noordhollandsche Tramwegmaatschappij een affiche.[6] Algemene informatie, zoals de dienstregeling en het logo van de Nederlandse Spoorwegen, een gevleugeld wiel, zijn centraal op het affiche geplaatst.[7] Ook de namen en wapens van de twee steden die deze tramlijn zou gaan verbinden en een kaart die de route van de tram aangaf, zijn afgebeeld op het affiche. Relevanter zijn echter de structurele aspecten van het ontwerp. Dikke zwarte lijnen scheiden de verschillende kleurvlakken waardoor het beeld als geheel een zekere platheid krijgt. 

Volgens kunsthistorica Ruth Iskin wordt het artistieke affiche van de late negentiende eeuw geassocieerd met de ontwikkeling van een modernistische stijl ‘that stressed flatness, abolished shading, and often used brilliant colors and bold outlines, as in the posters of Pierre Bonnard and Henri de Toulouse-Lautrec’.[8] Het is aannemelijk dat de Parijse affichecultuur Berlage heeft geïnspireerd bij het maken van dit ontwerp. In 1896 hield de architect namelijk een voordracht over de technieken die werden gebruikt in de Franse tekenkunst, en behandelde hij specifiek het ontwerpproces van affiches. Een krantenartikel over de avond rapporteerde dat ‘smaakvolle bouwwerken werden bedorven door prenten en advertenties’.[9] Berlage stelde dat Parijse kunstenaars om die reden begonnen met het ontwerpen van artistieke affiches: zij hoopten zo de lelijkheid van de niet-artistieke aanplakbiljetten die het straatbeeld overheersten tegen te werken.[10]

Een andere interessante invalshoek van waaruit naar dit affiche kan worden gekeken, is om het te vergelijken met Berlages architectuurontwerpen. In dezelfde periode ontwierp Berlage onder meer een huis voor professor G. Heymans in Groningen en twee gebouwen voor de verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845, in Amsterdam en Den Haag (1894-1895 en 1895-1896, afb. 3 en 4).[11] Opvallend aan deze gebouwen is de vlakheid van de gevels. Decoraties zijn niet aangebracht aan de buitenzijde, maar bevinden zich als het ware in de structuur van het bouwwerk. Berlage gaf zijn gebouwen een esthetische vorm middels de rondingen van muren en hoeken, de specifieke locatie van ramen, de balkonhekken en de afwisseling van materialen.[12]

Afb. 3. (links) Amsterdam, Muntplein, De Nederlanden van 1845, 1894-1895, Hendrik Petrus Berlage, Situatie voor 1911 (foto: Pieter Singelenberg, H.P. Berlage. Idea and Style: The quest for modern architecture. Utrecht: Haentjes Dekker & Gumbert, 1972). 
Afb. 4. (rechts) Den Haag, Kerkplein, De Nederlanden van 1845, 1895-1896, Hendrik Petrus Berlage, Situatie voor 1901 (foto: Pieter Singelenberg, H.P. Berlage. Idea and Style: The quest for modern architecture. Utrecht: Haentjes Dekker & Gumbert, 1972). 

Het ontbreken van externe decoratie correspondeert met Berlages geschreven theorieën. Berlage was van mening dat architectuur gekenmerkt wordt doorde relatie tussen de functionaliteit van een architectonische structuur en de esthetiek van het ontwerp.[13] Het is volgens hem de mens eigen om structuren te decoreren. Dit zou echter strijdig zijn met het maken van een puur en tijdloos ontwerp. Berlage beweerde dat de schoonheid van architectuuronlosmakelijk verbonden is met de functionaliteit van een bouwwerk. De architect stond alleen decoratie als onderdeel van de bouwstructuur toe. Als dit niet het geval was, zou de structurele vorm, en daarmee het centrale aspect van het gebouw, verloren gaan.[14] Berlage begon deze ideeën als in het laatste decennium van de negentiende eeuwen op te schrijven.[15]

De relatie tussen de functionaliteit en de esthetiek van een ontwerp is ook uiterst relevant binnen de grafische vormgeving. In het geval van Berlages affiche voor de Noordhollandsche Tramwegmaatschappij was de functie het bekendmaken van de nieuwe tramroute aan de voorbijganger. Het esthetische aspect mocht deze functionaliteit niet in de weg zitten. Sterker nog, in dit voorbeeld wordt duidelijk dat Berlage het decoratieve aspect in dienst stelde van de informatieoverdracht. Door dikke lijnen en gekleurde vlakken te gebruiken, werd het een zeer opvallend ontwerp en zou het eerder de aandacht van de voorbijganger trekken. Vanaf circa 1890 voerden de structurele en functionele aspecten van een bouwwerk in toenemende mate de boventoon in Berlages werk. Berlages esthetiek kreeg steeds meer vorm in structurele aspecten van het gebouw. Dit afficheontwerp kan worden gezien als een vroeg voorbeeld van het samensmelten van functie en esthetiek in het werk van Berlage.  

Wederzijdse inspiratie
Twee jaar eerder dan de opdracht voor de Noordhollandsche Tramwegmaatschappij, ontwierp Berlage een aankondiging voor de nieuwe treinroute tussen Nederland en Engeland (afb. 1). De ordening van de informatie op dit affiche is op veel punten vergelijkbaar met die voor de tramlijn tussen Alkmaar en Purmerend. De dienstregeling is midden op het affiche geplaatst met direct daarboven een afbeelding van een locomotief. De plek van de kaart verschilt van die op het andere affiche en toont ook een veel groter geografisch gebied. Naast de verbinding tussen Nederland en Engeland is er een kleinere kaart toegevoegd die de route tussen Nederland en Chicago weergeeft. In 1893 zou namelijk de wereldtentoonstelling in Chicago plaatvinden.[16] Meer dan 27 miljoen mensen bezochten dit zeer internationale evenement. De nieuwe treinverbinding tussen Engeland en Nederland werd door de Nederlands Spoorwegen gepromoot als essentiële schakel in de reis van het Europese continent naar Chicago.[17]

In artistiek opzicht tonen de twee affiches grote verschillen. Berlages strikte ideeën over vorm en de altijd ondergeschikte rol van decoratie ten opzichte van structurele elementen, waren duidelijk te herkennen in het eerder besproken affiche. De aankondiging van de nieuwe trein tussen Engeland en Nederland lijkt echter in geen enkel opzicht te corresponderen met deze ideeën. Aan het affiche zijn veel decoraties toegevoegd die enkel de lege ruimtes lijken op te vullen. Aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw komt deze sierlijke vorm van decoreren veelvuldig voor, voornamelijk in de toegepaste kunsten zoals drukwerk, meubelen en zelfs glas en keramiek.[18] Dit soort motieven wordt ook wel aangeduid als ‘arabesk.’ Kenmerkend voor deze vorm van decoratie zijn de ritmische, lineaire patronen.[19] In het affiche van Berlage is de rook uit de schoorsteen van de locomotief hier het meest concrete voorbeeld van. 

Naast internationale kunststromingen en ontwerpers, waaronder de arts-and-craftskunstenaar William Morris en het beroemde Amerikaanse juweliersbedrijf Tiffany & Co. hadden ook Nederlandse kunstenaars grote interesse in niet-westerse artistieke invloeden.[20] Een Nederlandse kunstenaar die sterk beïnvloed was door deze vormen van decoratie is Jan Toorop (1858-1928).[21] Naast zijn schilder- en tekenwerk dat later werd gerekend tot de stromingen pointillisme en symbolisme, werkte Toorop ook als grafisch vormgever. Zijn affiches passen goed binnen de vernieuwingsdrang rond 1900, een stroming die nu bekend staat als art nouveau. Het affiche dat Toorop in 1894 ontwierp voor Delftsche Slaolie werd het meest iconische voorbeeld van deze stijl in Nederland.[22] Al in 1892 ontwierp Toorop een boekomslag met arabeske motieven (afb. 5). Op dit omslag vloeien de woorden en de haren van vier afgebeelde vrouwen als een decoratieve substantie naar de randen van het boek. Berlage en Toorop kende elkaar vanuit het artistieke milieu rondom Amsterdam. Niet alleen ontwierp Berlage in 1899 een huis voor Toorop in Katwijk aan Zee, de twee hadden een vruchtbare samenwerking gedurende de bouw van de nieuwe Koopmansbeurs in Amsterdam (tegenwoordig beter bekend als de Beurs van Berlage) waarvoor Toorop drie grote tegeltableaus ontwierp.[23] Het is goed mogelijk dat Berlage geïnspireerd was door de artistieke productie van Toorop.

Afb. 6. Carel Adolph Lion Cachet, Diploma van de Internationale Tentoonstelling voor Boekhandel en aanverwante Vakken, 1892, houtsnede op papier, 36,5 x 65 cm, Rijksmuseum, Amsterdam (foto: Rijksmuseum Amsterdam http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT. 198722, geraadpleegd 23 januari 2019). 

Ook andere Nederlandse kunstenaars experimenteerden met de decoratieve patronen die we nu binnen de art nouveau plaatsen. Meubelmaker en graficus Carel Adolph Lion Cachet (1864-1945) begon in de laatste jaren van de negentiende eeuw te experimenteren met nieuwe vormen. Duidelijke en simpele constructies kregen de overhand en het is dan ook aannemelijk dat Lion Cachet in deze periode werd geïnspireerd door de modernistische esthetiek van Berlage.[24] Lion Cachet’s grafische werk uit het begin van dat decennium had deze modernistische inslag echter nog niet, maar toonde juist overeenkomsten met het decoratievere werk van zowel Toorop als Berlage. Een vergelijking van Lion Cachet’s Diploma van de Internationale Tentoonstelling voor Boekhandel en aanverwante Vakken, gedrukt in 1892 (afb. 6) met Berlage’s affiche uit 1893 doet verschillende overeenkomsten oplichten. Zo zijn de decoratieve stralen rondom de wielen van de trein in Berlages affiche zeer vergelijkbaar met de stralen van de zon in de rechterbovenhoek van Lion Cachet’s ontwerp. Een overeenkomst van nog groter belang is het gebruik van donkere lijnen en het vullen van lege vlakken, waardoor bijna geen enkel stukje papier ongevuld blijft. Dat ook Lion Cachet en Berlage elkaar gekend hebben, is aannemelijk. Lion Cachet wist gedurende zijn carrière een aanzienlijk netwerk op te bouwen, met name in en rondom Amsterdam. Een concreet voorbeeld van een connectie tussen de twee is het tijdschrift Wendingen. Berlage schreef frequent voor dit maandblad en Lion Cachet behoorde tot de kleine groep oprichters van het tijdschrift.[25]

Afb. 5. (Links) Jan Toorop, Boekomslag voor ‘Een boek van verbeelding’ door Louise Ahn-de Jongh, 1892, 29 x 23 cm, The Wolfsonian, Miami Beach (foto: Alan W. Purvis, “Feast of Dutch Diversity: Nieuwe Kunst Book Design.” The Journal of Decorative and Propaganda Arts 24(2002): 118-139). 

De twee affiches die Berlage ontwierp in het laatste decennium van de negentiende eeuw laten twee zeer verschillende artistieke richtingen zien. Het affiche uit 1893 toont aan dat Berlage gevoelig was voor de artistieke gebeurtenissen om hem heen, en dat hij meeging in de art-nouveautrend die ook in Nederland van grote invloed was. Het affiche bevat verschillende artistieke overeenkomsten met het werk van zowel Lion Cachet als Toorop. Het ontwerp dat Berlage maakte voor de nieuwe tram in Noord-Holland laat echter het werk van een ontwerper met een duidelijk en overwegend modernistisch ideaal zien: Berlage zoals hij past in het hedendaagse beeld dat van hem bestaat. Het feit dat beide affiches in een relatief korte tijd door dezelfde ontwerper zijn gemaakt, geeft aan dat Berlage in deze periode werkte binnen verschillende stijlen en volgens verschillende ideeën. Wanneer het werk van een kunstenaar of ontwerper wordt bestudeerd, is het verleidelijk om te concentreren op de hoogtepunten en/of centrale principes die het oeuvre weerspiegelen. Deze twee affiches van Berlage laten echter zien dat we ook oog moeten blijven houden voor de verscheidenheid aan stijlen en ideeën waarmee een ontwerper in een bepaalde periode kan werken.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het 22ste nummer van ART/CLE: Op weg naar een dekoloniaal perspectief (maart 2019).


[1] Fleur Roos Rosa de Carvalho, Prentkunst in Parijs: De rage van het fin de siècle. Amsterdam: Van Gogh Museum Amsterdam, 2012. Tentoonstellingscatalogus.
[2] Ruth Iskin, The Poster: Art, Advertising, Design, and Collecting 1860s-1900s. Hannover/New Hampshire: Dartmouth College Press, 2014, 174.
[3] Alston W. Purvis en Cees W. de Jong, Nederlands grafisch ontwerp: Van de negentiende eeuw tot nu. Laren: Terra, 2006, 15.
[4] Martijn F. Le Coultre en Alston W. Purvis, A Century of Posters.Zwolle: Waanders, 2003, 16.
[5] Tanja Ledoux, Berlage: Als boekbandontwerper, illustrator en typograaf. Wageningen: Fine & Rare Books, 1988, 13-29.
[6] “De opening van de tram Purmerend-Alkmaar.” Het Nieuws van den Dag. Kleine courant, 17 juli 1895.
[7] Voor 1968 (toen Gert Dumbar en René van Raalte het beroemde NS-logo ontwierpen zoals we dat vandaag kennen) was het logo van de Nederlandse Spoorwegen een gevleugeld wiel. Verschillende affiches van voor 1968 bevatten dit logo. Een grote collectie van deze affiches is te vinden in het Spoorwegmuseum in Utrecht.
[8] Iskin, The Poster, 6.
[9] “Mij. Tot Bevordering der Bouwkunst.” Algemeen Handelsblad, 25 April 1896.
[10] “Mij.”
[11] Pieter Singelenberg, H.P. Berlage.Idea and Style: The quest for modern architecture.Utrecht: Haentjes Dekker & Gumbert, 1972, 70-73.
[12] Hendrik Petrus Berlage, Schoonheid in samenleving. Tweede druk. Rotterdam: W. L. & J. Brusse’s Uitgeversmaatschappij, 1924.
[13] Berlage, Schoonheid in samenleving, 13.
[14] Berlage, Schoonheid in samenleving, 20-25. 
[15] Hendrik Petrus Berlage, “Bouwkunst en impressionisme.” Architectura22(1894): 93-95.
[16] “Bird’s-Eye View of the World’s Columbian Exposition, Chicago, 1893”. World Digital Library, https://www.wdl.org/en/item/11369/ (geraadpleegd 18 februari 2019).
[17] Le Coultre en Purvis, A Century of Posters,130. 
[18] Frans Leidelmeijer en Daan van der Cingel, Art Nouveau en Art Deco in Nederland: Verzamelobjecten uit de vernieuwing en de kunstnijverheid van 1890 tot 1940. Amsterdam: Meulenhoff/Landshoff, 1983, 32-63. 
[19] Katherine M. Kuenzli, The Nabis and Intimate Modernism: Painting and the Decorative at the Fin-de-Siècle.Surrey, Burlington: Ashgate, 2010, 176.
[20] Francesca Vanke, “Arabesques: North Africa, Arabia and Europe.” In: Paul Greenhalgh, red. Art Nouveau 1890-1914. London: V&A Publications, 2000, 114-125.
[21] Toorop was volgens Louis Gans de eerste propagandist van Engelse kunst en de ideeën van Morris over de sociale functie van kunst in Nederland; Singelenberg, H.P. Berlage, 166.
[22] Victorine Hefting, Jan Toorop: Een kennismaking. Amsterdam: Bert Bakker, 1989, 92.
[23] 22 tekeningen voor Villa ‘De Schuur’ (Katwijk aan Zee) 1899, Het Nieuwe Instituut (NAi), inv. nr. BERL73; Singelenberg, H.P. Berlage, 129.
[24] Marleen Dominicus-van Soest, “Meubel- en interieurontwerpen.” In: Mechteld de Bois, red. C.A. Lion Cachet 1864-1945. Assen/Rotterdam: Drents Museum en Museum Boijmans Van Beuningen 1994, 74-76. Tentoonstellingscatalogus.
[25] Cees W. de Jong, Alston W. Purvis en Martijn F. Le Coultre, Wendingen 1918-1932. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2018.